Team teaching

MEERWAARDE EN MEER WERK….

Vrijdagochtend 10.30 uur
Tijd voor theorie-input over systeemtheorie. Collega zit op de laatste stoel van de halve cirkel waarin de  groepsleden zitten. Dat is dé plek als de andere collega doceert.
- Die heeft net gevraagd wie bekend is met de systeemtheorie. Enkele vingers gaan omhoog. Zij begint haar verhaal, ondersteund door sheets. Zittende collega speurt de gezichten van de groepsleden af en ziet dat de stof niet binnenkomt. Er moet meer geconcretiseerd worden. Omdat onze studenten geen Nederlands verstaan wordt door haar het codewoord gesist: ‘vissenogen’……dit betekent:  ‘de groep snapt het niet, je moet duidelijker zijn’. Theorie collega begrijpt de hint en gaat over op een vraag stellen aan de groep. Er komt reactie, er komen voorbeelden, de theorie gaat leven in de voorbeelden die groepsleden aanvragen. Er ontstaat een levendige wisselwerking tussen de groep en de docent en de groepsleden onderling. Dan kan ze doorgaan met de theorie.
Samen lesgeven. Hoe doe je dat? Zo’n zes jaar geleden werden wij door verschillende min of meer toevallige omstandigheden in het diepe gegooid.
Samen lesgeven. In een andere taal. In het Duits. Het hoog duits wel te verstaan. En in Basel. Daar spreken ze officiëel Zwitser-duits. En dus staan we quitte: groepsleden (supervisoren i.o., zie vorige artikelen in Forum) en docenten want we spreken allemaal een niet ‘vertrouwde’ taal. In de loop van de jaren kreeg ieder van ons haar eigen ‘specialiteiten’. We verdeelden de supervisiethema’s naar kennis en kunde en praktijkervaring. Zo ontstond een mooi evenwicht in wie er ‘voor de klas’ stond. De oefeningen, rollenspelen doen we samen. Dat wil zeggen: sommige oefeningen doen we voor of mee. Rollenspelen laten we óf voor de grote groep spelen onder begeleiding en met nagesprek van een van ons. Of we verdelen de groep en gaan ieder met een subgroep mee.
Een verrassing gedurende deze jaren was ook ons eigen leren. En dan het meeste van het contact met onze supervisoren in opleiding. Niet alleen wat betreft de spreektaal (wij vragen altijd om correcties op ons Duits), maar vooral via de interactie met de groep.
Leren door het ontwikkelen van sociale leervaardigheden gebeurt altijd in combinatie met sociale interactie. In de loop van onze eerste groep (18 personen!) ontstonden bij ons
vragen als: hoe werken we samen als docenten? Hoe komen we in contact met de praktijkervaringen van onze groepsleden? Hoe waarderen we onze groepsleden? Waar liggen de cultuur verschillen tussen ons en tussen ons en de groepsleden? Waar kunnen we de diversiteit die de groepsleden en wij vertegenwoordigen inzetten in ons lesprogramma?
Zoals vaker deden we eerst onze ervaringen op en lazen daarna in de literatuur over leren hoe het zat. Er volgde herkenning. In termen van Kolb: we deden de ervaring op, reflecteerden en zochten de concepten op in de literatuur over leren, waarna we weer experimenteerden met het gelezene. Hierdoor hadden we een nieuwe ‘geïntegreerde’ werk/doceerervaring. Zo merkten we dat we aansloten in onze manier van lesgeven bij het ‘observatieleren’  zoals Bolhuis beschrijft in haar boek Leren en veranderen. (Bolhuis 2009).
Observatie leren houdt volgens Bolhuis o.a. in dat je: handelingen nadoet die een ander laat zien en daardoor leert hoe het werkt.
In ons geval speelde dit op verschillende ‘niveaus’: We zagen elkaar aan het werk……
lazen vooraf elkaars voorbereidingen voor de lessen…. hoorden elkaar Duitse vaktermen gebruiken voor de eigen onderdelen in de les… introduceerden om beurten oefeningen, rollenspelen enz. We begeleidden om beurten reflectiemomenten, nagesprekken een rollenspel introduceren, leiden in de groep) we observeerden de ‘gebruiken’ van onze studenten en voegden inwe observeerden hun manier van omgaan met rollenspel.
Bolhuis laat observatieleren vallen onder de zgn sociale leercompetenties wat staat voor het durven, willen en kunnen ondernemen van activiteiten.
Andere sociale leercompetenties die voor ons van belang waren (maar nogmaals: eerst de praktijk, de ervaring en later het concept…) en die zich ook op de twee niveaus (de docenten met elkaar en de docenten en de supervisoren i.o.) afspeelden waren:
Feedback aan anderen (de docerende collega) geven zodanig dat de ander ervan kan leren
Vragen van anderen goed interpreteren en er adequaat antwoord op geven, open antwoorden geven die ruimte laten voor verdere vragen
Inleven in anderen en inschatten vanuit welke overwegingen of belangen anderen in bepaalde situaties handelen. Luisteren naar anderen; open vragen stellen en je in de opvatting van anderen inleven, ook als je deze niet overneemt.
Samenwerken, samen dingen doen, zoeken naar en bewaken van gezamenlijke doelstellingen, bijdrage van anderen waarderen, verdelen van werkzaamheden, vertrouwen op anderen, houden aan afspraken, delen van verantwoordelijkheid.
Samenwerken:
Zaterdagmiddag 14.30 uur
Het programma bevat nog twee onderdelen tot het eind van de lesdag (16.30 uur). Nog een theorieonderdeel (wat nu gaande is) en een rollenspel staan op het programma.
De groepsleden lijken wat “in slaap” te vallen zo na de lunch. Ze lijken moe na anderhalve dag intensief werken en het thema geeft “zwaarte”. Er zijn veel situaties geoefend en de energie is er een beetje uit. De vraag rijst bij de docent die de gelegenheid heeft de groep te observeren of een rollenspel wel een goed idee is en of we niet een alternatief moeten bedenken. We vinden het allebei belangrijk om een seminar positief en met energie af te sluiten. Er ligt een prachtig voorbereid rollenspel klaar, wat te doen?
15.00 uur
Tijd voor thee. Voorafgaand aan de pauze zegt de “niet docerende” collega:
“ Ik krijg de indruk dat jullie moe zijn klopt dat? Is er nog energie voor de laatste ronde?”
Er komt wat onduidelijk gemompel, “ het gaat wel, beetje moe, veel gedaan”
Wij zullen samen even overleggen over het laatste deel van de middag, kondigt een van de docenten aan. En dat doen we: we schatten de situatie in, verplaatsen ons in de groep, kijken naar het totaalprogramma en kiezen voor een individuele en een groepsoefening met materiaal dat voorhanden is, gekoppeld aan het thema van de afgelopen dagen.
Het laatste onderdeel vervalt, we bewaren het rollenspel. Vervolgens vertellen we na de pauze aan de groep wat we hebben overlegd en bieden het alternatieve programmaonderdeel aan, koppelen het aan de supervisiesituatie waar je als supervisor transparant kunt afwijken van een voorgenomen richting. De dynamiek verandert en de middag wordt wat lichter afgesloten.
De meerwaarde van het samen lesgeven toont zich in het beschikken over meerdere referentiekaders en voor een deel dezelfde.
Zo deden wij beiden dezelfde groepstherapeutische opleiding, leiden al jaren samen een therapiegroep in de ambulante jeugdpsychiatrie voor laat adolescente meisjes met persoonlijkheidsproblematiek en hebben we veel ervaring als lid van een multidisciplinair team. Maar het maakt ons niet dezelfde docenten. Beiden doceren we ook in Nederland aan heel verschillende opleidingen (V.O. en Rino).
En dat doen we ieder op onze eigen manier. Deze twee manieren komen samen in Basel en vullen elkaar goed aan. Beiden beschikkend over een flexibele opstelling, een niet offensieve manier van feedback geven, humor en relativering, maakt dat de ‘correcties’ die we elkaar kunnen geven ‘aangenomen’ kunnen worden.
Gaat het wel eens fout?
Ja, er zijn momenten dat ‘vissenogen’ niet werkt dat het niet doorkomt of overkomt. Dat het niet gehoord wordt of dat de op dat moment lesgevende docent het niet eens is met de opgepikte signalen uit de groep.
Afspraak is dat dit de uiteindelijke verantwoordelijkheid is van de lesgevende op dat moment. Als die het gevoel heeft dat niet iedereen zit te kijken met een ‘onbegrijpelijke’ uitdrukking, gaat zij gewoon door. Daarnaast kun je de groep leren dat ook docenten wel eens van mening verschillen, het niet weten of te kort schieten en dat dat mag in supervisie mits je je daar maar op laat aanspreken. In de reflectie en de feedback achteraf kan dit een discussiepunt zijn.
Tot slot
Het wordt door ons als een enorme luxe ervaren een lesgroep van supervisoren i.o. met twee docenten te begeleiden. Waar anders krijgt de docent directe feedback over haar handelen? Waar anders kan een collega docent aanvullend of corrigerend zijn (in ons geval wel eens bij een ‘black out’ w.b. de taal). Wanneer anders kan een docent zich richten op de voor haar in kennis, kunde en ervaring en aan het hart liggende lesthema’s terwijl wat minder bekende thema’s de competentie van de andere docent zijn? Waar anders kunnen docenten een groep nabespreken en op haar proces inschatten? Waar anders kunnen docenten lol hebben in de ‘fouten’ van zichzelf en van elkaar?
Bevelen wij team teaching aan? Ja, omdat het meerwaarde heeft die we hierboven hebben getracht te beschrijven. Rekening moet wel worden gehouden met het feit dat veel meer lesmateriaal voor handen is. Er zullen keuzes gemaakt moeten worden. Onze grootste valkuil is een té overladen programma….het geheel is immers meer dan de som der delen. Dat gaat zeker in onze samenwerking op.  
 
Gerda Blom, systeemtherapeut/docent V.O.GGZ Amsterdam
Gerian Dijkhuizen, (leer-)supervisor/docent supervisiekunde LVSC, vaktherapeut drama, docent RINO Utrecht.
 
Met dank aan Jan Oosting voor het kritisch meelezen van deze kopij!
 
Literatuur:
Bolhuis, S., Leren en veranderen, Coutinho 2009