Forum bericht uit het buitenland 2

supervisie-opleiding in Zwitserland 2
Supervisor of coach?
Over de verschillen….en de overeenkomsten…
In het eerste seminar van de lessen supervisiekunde (zie achtergrondartikel in de vorige Forum van auteur) komt altijd het verschil tussen supervisie, coachen, therapie en mediation aan de orde. Dit om de afgrenzing tussen deze vormen van begeleiding goed te kunnen definiëren voor de studenten. Er wordt gevraagd naar hun eigen ervaringen met deze leer- en werkvormen: wat was een goede ervaring? Bewust wordt naar goede ervaringen gevraagd want slechte zaken onthouden we het beste en naar de goede moet ‘gegraafd’ worden in het geheugen.
Wij gaan ervan uit dat je meer je voordeel doet met goede ervaringen. Het blijkt namelijk dat mensen die ook weer meenemen in de eigen beginnende praktijk als ‘Berater’.
Zo aan het begin van de opleiding doen de studenten de eerste verkennende stappen in het nieuwe beroep. Ze spreken dan over ‘Beratungssituationen’ en durven zichzelf vaak nog geen (beginnend-) supervisor (i.o.) te noemen. Die onzekerheid neemt gedurende de komende seminars duidelijk af in de meeste gevallen.
De Zwitserse klok is erop gelijk te stellen dat bij de bespreking van de verschillen tussen de vier gebieden hierboven genoemd, flinke discussies ontstaan.
Zijn mediation en therapie nog wel in eenduidige definities te vatten, dat ligt bij supervisie en coaching toch een stuk ingewikkelder.
Ook in Nederland is het gesprek gaande over wat supervisie en coaching nu van elkaar verschillen.
Het Tijdschrift voor begeleidingskunde spreekt over ‘coaching als professionele begeleidingsvorm die nog volop in ontwikkeling is….’
Supervisie wordt beschreven als ‘…de meest uitgewerkte (leer)begeleidingsmethodiek…’ En als een ‘generieke didactische methode, geircht op het (verder) leren van de uitvoering van bepaalde vormen van dienstverlening……’ Verenigingen gaan samen en alles is nog erg in beweging. Er wordt gecoacht middels de supervisiemethodiek en misschien er ook wel een supervisor die meer coacht?
Een ander punt is dat in de Duitssprekende landen een andere ‘traditie’ van een seriële reeks van supervisies dan die wij in Nederland kennen (volgens de richtlijnen van de LVSB: 10 of 15 keer). De supervisies kunnen variëren van 5 tot 20 individuele zittingen, dus liggen veel minder vast. Sterker nog: soms ‘neemt’ men één supervisie omdat er een stap in de carriëre gezet moet worden, of een probleem op de werkvloer om een oplossing vraagt.
Eigenlijk een heel ‘flexibele’ manier van leerhulp bieden zonder dat een langer lopend proces wordt ingestoken. Een ‘snelkookpan’ waarbij de supervisant toch zelf aan het leren gaat en de supervisor zijn leerhulp met een goede focus stellen kan. Mmm…misschien zo gek nog niet….?
Supervisie als ‘leerhulp’ is een begrip dat eigen gemaakt moet worden door onze studenten.
Op de een of andere manier komen we altijd uit op het accent dat wij leggen op leren en leerproces om supervisie te onderscheiden van de andere vormen en met name coaching
Bij coaching gaan de meesten ervan uit dat dit altijd plaatsvindt in de profitsector en dat er veel geld voor betaald moet worden c.q. mee verdiend wordt.
De ‘klassieke’ opvatting over coaching in Duitstalig gebied was dat het als Beratung voor leidinggevenden gezien werd en met name gericht op individuen om hun leidinggevende capaciteiten te verbeteren (Leitungsberatung). Inmiddels is dit begrip erg verruimd.
Tendens is dat met name in de profit organisaties meer om coaching gevraagd wordt. Supervisie heeft daar nog de klank van ‘niet kunnen’ en ‘hulp nodig hebben’. In de not for profit en vooral in zorginstellingen is supervisie een ingeburgerd begrip dat echter heel verschillend wordt ingevuld.
Ook hier zien we een heel flexibele manier van met de vraag naar supervisie omgaan. Meer een klantgerichte aanpak zonder dat het ‘men vraagt en wij draaien’ wordt.
Wat teamsupervisie betreft is men in Zwitserland en ook in Duitsland wel wat gewend. We waren verbaasd te bemerken dat teamsupervisies soms heel langdurig zijn en vaak ongemerkt bij de normale ‘arbeidsvoorwaarden’ zijn gaan horen.
Wat men in de Duitssprekende landen teamsupervisie noemt zouden wij eerder als teambegeleiding zien. Vaak wordt dit dan door een vaste externe supervisor gegeven (met name in ziekenhuizen)die door de langduriger verbintenis welhaast ‘intern’ wordt.
Discussie is prima en het opent de ogen van de studenten en die van ons als docenten voor alles waarin we verschillen qua ‘leercultuur’ in onze landen. Meer nog geeft het ons als docenten richting waar de overeenkomsten liggen en waar op doorgeborduurd kan worden zonder de eigen Zwitserse supervisiecultuur aan te tasten. Want wie zijn wij…..dat wij het beter weten?
Natuurlijk wordt wel geprobeerd door te geven van wat de ervaring in Nederland leert dat wérkt…en dat is ook niet gering! Maar ook wij leren dat een zekere ‘flexibiliteit’ in vraag en aanbod zijn vruchten kan afwerpen.

Amersfoort, Gerian Dijkhuizen Juli 2007