Forum bericht uit het buitenland1

Supervisie over de grenzen
Inleiding
Sinds vier jaar ben ik freelance verbonden aan een supervisie-opleiding in Zwitserland (Basel). Van de redactie van Forum kwam de vraag hier eens iets over te schrijven. In deze korte, eerste, bijdrage wordt de context van de supervisie-opleiding in Zwitserland geschetst, de vorm en opbouw waarin de seminars plaatsvinden. Verder wordt beschreven wie een dergelijke opleiding ‘bevolken’ en wordt een voorbeeld gegeven van een les opgebouwd volgens de principes van Kolbs ervaringsleren.
Context
Vanuit een particulier opleidingsinstituut in Basel worden al sinds de zeventiger jaren verschillende sociaal pedagogische opleidingen verzorgd zoals bijvoorbeeld de opleiding tot gezinstherapeut en tot mediator en een aantal opleidingen op het gebied van management. Sinds een paar jaar is het ook mogelijk door te stromen naar een masteropleiding zoals Master of Arts (MA) in Management & Innovation.
Ook is het al jaren mogelijk de opleiding tot supervisor te volgen. De opleiding leidt tot het lidmaatschap van de BSO, (Berufsverband für Supervision, Organisationsberatung und Coaching), de Zwitserse LVSB.
Na het supervisie onderdeel (theorie en leersupervisie) zijn er diverse blokken op het gebied van coaching en organisatieontwikkeling,
Deze combinatie zorgt voor verdieping van begeleiding van (lerende) mensen en organisaties en maakt de opleiding multi methodisch. Hierdoor zijn de mogelijkheden nadien op de arbeidsmarkt over het algemeen ruimer. Het geheel van de opleiding tot supervisor, coach en organisatie-adviseur duurt in dat geval drie jaar. Doet men de master erachteraan dan wordt het 4 tot 5 jaar.
Vorm en opbouw van de seminars in het supervisieblok
Twee Nederlandse (free-lance) docenten (waar onder ondergetekende) bieden in het supervisieblok middels de systhematiek van ‘teamteaching’ in 14 theoriedagen verspreid over een jaar de basis van de supervisietheorie, methodiek en literatuur aan. Hierbij is veel
aandachtvoor het daadwerkelijk oefenen en reflecteren.
De docenten hebben in de loop van de jaren met als achtergrond hun eigen referentie- en werkkader specialismes ontwikkeld. De supervisie-opleiding wordt gegeven vanuit het systheemtheoretische model.
Hier en daar zijn accenten gelegd door de docenten die te maken hebben met hun eigen opleidingen/achtergrond.
In de Duitstalige landen is supervisie het meest bekend als: ‘Supervision als Reflektionsarbeit'.
W.Weigand verwijst vooral naar de referentiekaders van de grote psychotherapeutische stromingen als het gaat om methodiek (Gestalt, cliënt-centered en psycho-analyse). (Weigand 1987). F.Siegers schrijft hierover en over de verschillen tussen het supervisieconcept in Nederland en dat in Duitssprekende landen in zijn Handboek Supervisiekunde (Siegers 2002 blz 107-112).

Verder is er een ‘geschiedenis’ die vooral de Teamsupervision benadrukt: het hele team wordt gesuperviseerd (in de meeste gevallen door een externe supervisor) en is men minder bekend met de 1 op 1 situatie (de individuele supervisie).
Gruppensupervision komt wel voor maar meestal gaat het dan om ‘Fremdgruppen’ ofwel mensen met dezelfde discipline uit verschillende werksettingen.
Het Nederlandse supervisieconcept wordt door de docenten als voorbeeld tijdens de seminars geïntroduceerd.
Ook gebruiken zij de Duitse vertaling van de leidraad supervisiekunde(het curriculum) voor studenten en docenten aan de Hogeschool van Amsterdam van Y. Stapert.(Stapert 1993)
Wat de docenten verder opvalt is dat wij in Nederland ‘opgevoed’ in onze sociale- en pedagogische opleidingen vertrouwd zijn met het spelen van rollen/een rollenspel.
Dit is bij ons een vanzelfsprekendheid die niet in ieder europees land ‘gewoon’ is als leermethode.
Het is wel eens voorgekomen dat studenten eerst vertrouwd gemaakt moesten worden met wat precies de definitie van een rol is, hoe je die dan vervolgens vorm geeft of hoe feed back gegeven moet worden na een rollenspel.
De lessen zijn zoveel als mogelijk opgebouwd volgens de ervaringscyclus van Kolb.
Dit houdt in dat alle thema’s starten met een ervaring. Dit is meestal in de vorm van een speelse warming up die het thema introduceert.
Hierna is het tijd voor eigen, schriftelijke individuele reflectie waarop een theorievoordracht volgt door de docenten.
Een rollenspel om de theorie vervolgens om te zetten in ‘uitproberen’ is het volgende onderdeel.
Met elkaar wordt deze ervaring nabesproken, individueel gereflecteerd en eventueel weer omgezet in een nieuwe oefening of rollenspel (rollenspellen zijn altijd op supervisiesituaties gericht en door de docenten geschreven).
In elk seminar is ruimte voor literatuurbespreking (zie onderaan enkele voorbeelden van literatuurverwijzingen) door de studenten.
De docenten hebben een literatuur overzicht bij elk te behandelen thema en de studenten zijn verplicht hier ieder individueel minimaal één keer over te refereren.
Dit refereren wordt in de vorm vrijgelaten: sommigen kiezen voor een lezingachtige vorm en anderen stellen discussies voor naar aanleiding van stellingen of ontwikkelen een (rollen-)spel dat met de groep gespeeld wordt. Hierna is er weer een plenaire bespreking, een ronde vragen stellen (ter verduidelijking van de besproken literatuur) en een individueel schriftelijk reflectiemoment.
Ook bij de presentatie van de literatuur komt het ‘palet’ aan leerstijlen dat Kolb beschreven heeft voorbij.
Wie volgen de opleiding?
De studenten die tot nu toe in vier jaar gezien en begeleid zijn (ongeveer 100) komen uit diverse geledingen en werkvelden. Gemiddeld bestaat een groep uit 10 tot 15 mannen en vrouwen. Bijna alle deelnemers hebben een (HBO-)vooropleiding in sociaal-cultureel werk, maatschappelijk werk, pedagogische academie, verpleegkundige opleiding of personeelswerk. Soms is er een deelnemer met een universitaire opleiding (psychologie of theologie). Een enkele keer komt het voor dat mensen uit het bedrijfsleven deze opleiding volgen. Zo was er een deelnemer die makelaar was (eigen bedrijf) en een bankmedewerker (personeelswerker). Voor al deze mensen geldt dat zij in een beroep werkzaam zijn waarbij ze andere mensen binnen hun werk begeleiden. Dit kan zijn in de functie van afdelingsleider of personeelswerker (school, A of B ziekenhuis, kindertehuis, psychiatrie, vluchtelingenwerk) of eigenaar van een eigen praktijk (makelaar, psycholoog). Een andere categorie vormt de docenten in het HBO die de opleiding volgen om studenten in hun stagejaar supervisie te kunnen geven.

De meeste studenten gaan door voor de drie-eenheid: supervisor, coach en organisatie-adviseur. Veel afgestudeerden beginnen vervolgens een eigen praktijk en evenzovelen veranderen tijdens de drie jarige opleiding van baan. Meestal betreft het dan een functie waarin het begeleiden meer in de ‘lijn’ van hun positie past.
Een voorbeeld van een seminar uit het supervisieblok:
Thema: Ethiek in de supervisie (het 3e Seminar).

1. Warming up: Er wordt staande een rondje namen gedaan. De namen zijn natuurlijk al bekend maar men vertelt elkaar (docenten doen mee) waar de naam vandaan komt en hij betekent? Vervolgens wordt geëxploreerd wat de naam specifiek voor de persoon die hem draagt betekent. Hier komen de verhalen los vanuit de eigen socialisatie. Hoewel de seminars al lekker ‘op gang’ zijn en enige vertrouwdheid in de groep aanwezig is, weet men nog niet veel van elkaar. Tot dan toe waren de docenten actief met hun input en tastten de groepsleden elkaar wat af.Met deze warming up wordt actief een moment van toewending naar elkaar ingelast. Het levert mooie momenten op van verrassend tot inzicht in de eigen geschiedenis maar ook oprechte nieuwsgierigheid en interesse ten aanzien van elkaar. Maar ook geeft het aan waar de grens ligt van wat je wilt vertellen van jezelf aan de ander. Hoe groot of hoe klein is jouw verhaal? Een mooie opstap naar een gesprek over hoe in supervisie ook met grenzen kan worden omgegaan.
2. Reflectie: Ieder krijgt de gelegenheid om schriftelijk te reflecteren voor zichzelf over deze oefening. In seminar 1 is al uitvoerig stilgestaan bij wat onder reflecteren wordt verstaan.

3. Voorlezen: Het verhaal Der Adler wordt door één van de docenten voorgelezen.
Het betreft hier een prentenboek dat is geschreven door de Zuid Afrikaanse schrijver James Aggrey en gaat over een adelaar die opgroeit tussen de kippen, dus ook denkt dat hij een kip is en kippengedrag vertoont. De boodschap die in het verhaal zit is: je moet als supervisor de supervisant niet willen veranderen.

4. Ethiek in de supervisie (voordracht docenten): Aan de hand van de ethikcodex van de BSO en die van de Oostenrijkse supervisievereniging ÖVS (Österreichische Vereinigung für Supervision) wordt stilgestaan bij ethische principes voortvloeiend uit waarden, normen en verschillende opvattingen van mensbeelden. Ook wordt door de docenten aandacht besteed aan de verschillende mensbeelden en opvattingen over menselijk gedrag die er zijn binnen de grote psychologische stromingen. Na afloop wordt een hand-out van deze voordracht uitgereikt.

5. Waarden en normen: In 2004 werd op het ANSE congres in Leiden uitgebreid aandacht besteed aan waarden en normen. Er werd onder meer gewerkt met gele kaarten waarop een verzameling begrippen met betrekking tot dit thema stond.
Een dergelijke vorm wordt door de docenten ingezet als volgende stap. Welke waarden, normen zijn voor jou als toekomstig supervisor belangrijk? Welke het belangrijkst? En waarom?
Na de keuze hiervoor volgt een discussie in subgroepen en ten slotte ook plenair.
Ter afsluiting van dit onderdeel is er weer een individueel schriftelijke reflectie.

6. Wat zou je nooit doen in supervisie…….:De ervaring met onderdeel 5 van dit seminar is dat de gesprekken over het algemeen behoorlijk wat diepgang krijgen en neigen ‘zwaar’ te worden. Omdat ook meegegeven wil worden dat supervisor zijn een leuk en boeiend vak is waarbij enige relativering en humor een plaats kan hebben, wordt afgesloten met een hilarische oefening. Op een briefje schrijft ieder groepslid wat hij of zij nooit zou doen in supervisie! Wat is verboden? Wat is taboe?
De briefjes worden geschud en om de beurt spelen de groepsleden supervisor en supervisant in een korte scene. De supervisor trekt een briefje en doet wat er op staat (en wat hij of zij dus nooit in het ‘echt’ zou doen!).De supervisant komt binnen, begint met zijn inbreng en weet niet wat er gebeuren gaat. De supervisor neemt dan bijvoorbeeld de telefoon op en gaat gezellig met haar moeder kletsen.. Opdracht voor de supervisant is om zo ‘naturel’ mogelijk te reageren. De scenes duren hooguit een paar minuten en worden ‘afgeklapt’ door de docenten waarna ieder een stoel opschuift
De supervisant wordt supervisor en trekt een nieuw briefje met opdracht, de supervisor gaat weer in de kring die ook doorschuift waardoor er een nieuwe supervisant binnenkomt.

7. Reflectie op de laatste oefening en het gehele thema: Als laatste onderdeel is er een schriftelijk reflectiemoment voor de individuele deelnemers. Desgewenst voorafgegaan door een terugblik met de hele groep op dit thema.

8. Referaat over een artikel/hoofdstuk uit de (Duitstalige)supervisieliteratuur door een van de deelnemers: 
Tot slot
Hoewel kader en visie op de seminars duidelijk zijn, is het in de praktijk nodig voor de docenten in te voegen in waar de groepsleden individueel en de groep als geheel staan in het leer- en groepsproces.
De ervaring leert dat alle leerstijlen aanwezig zijn in de groep. Deze worden door de structuur en de verschillende onderdelen van de seminars binnen de groep steeds wisselend aangesproken.
Het komt voor dat groepsleden nog weinig ervaring hebben en dus hun zekerheid zoeken in de theorie terwijl anderen graag willen oefenen.
Het is de kunst om te onderzoeken en af te tasten wat de behoeftes zijn van het individu en de lesgroep als geheel.Voor de docenten is een evenwichtige balans van doen en praten, actief interveniëren en laten gebeuren/ervaren constant van belang.
Als primaire taak zien zij dat het belangrijk is om de veiligheid in de groep te waarborgen waardoor ieder zich (op den duur) durft te laten zien in de rol van supervisor.
Ook in een andere taal (er wordt in het Duits gedoceerd) blijft de basis dat studenten uitgenodigd worden en moeten leren om stil te staan bij hun gevoelens, hun waarnemingen van zichzelf en de andere groepsleden.Hierdoor ‘groeien’ toekomstige professionele supervisoren in hun vak! Zou dat nou echt zo anders zijn dan in Nederland?

Amersfoort, Gerian Dijkhuizen 24 mei 2007
Supervisor LVSB/vaktherapeut drama
Literatuur:
- ANSE-Konferenz (2004), Sonderheft, De Werteproblematik, The Problem of Values
- Hercher H., Kersting H.J., (2003), Systhemische Supervision im Gespräch, Wissenschaflicher Verlag des Instituts für Beratung und Supervision, Aachen.
- Kolb D.,(1984), Experiental Learning. Experience as the Source of Learning and Development. Englewood Cliffs, New Jersey: Prentice Hall.
- Pühl H., (2000) Handbuch der Supervision 2. 2. Auflage., Ed. Marhold im Wiss.-Verl.Spiess, Berlin.
- Schulz von Thun F., (1998) Miteinander reden: 3, Rowolt Taschenbuch Verlag GmbH, Reinbek bei Hamburg.
- Siegers F., (2002) Handboek Supervisiekunde, Bohn Stafleu van Loghum, Houten/Mechelen.
- Stahl, E. (2002), Dynamik in Gruppen, Handbuch der Gruppenleitung, Verlagsgruppe Beltz, Weinheim, Basel, Berlin.
- Weigand W., (1987). Zur beruflichen Identität des Supervisors. Supervision II, 19-35.
- Stapert Y., Beiträge zur Supervision Band 9 (1993, Das Amsterdamer Supervisions-Curriculum), N.Lippenmeier, Universität-Gesamthochschule Kassel.