Impressie van een ANSE conferentie 2012

Tijdschrift voor Begeleidingskunde, 2 (1), 57-59 57
IMPRESSIE VAN EEN ANSE-CONFERENTIE: CROSSROADS IN  EUROPE
WAARNEMINGEN
Op 21 en 22 september 2012 vond te Berlijn de jaarlijkse ANSE-conferentie plaats, waaraan ik als geïnteresseerd LVSC-lid deelnam. ANSE staat voor Association of National Organisations for Supervision in Europe. Centraal thema in deze conferentie was ‘Crossroads in Europa’, met als richtinggevende ondertitel
‘Supervisors and coaches between professional expertise and social commitment’.

Waaraan denken we bij een kruispunt? Aan de keuze welke weg in te slaan. Ook is er de ontmoeting met de ander die de kruising nadert. We zijn voorzichtig ... er kan gebotst worden. Geven we voorrang?
Het is passend deze metafoor door te trekken bij alles wat de conferentie te bieden had.
Supervisoren en coaches uit vijftien (!) verschillende landen naderden het kruispunt van hun gezamenlijke vak - begeleidingskunde - in gesprekken, discussiegroepen,een internationaal buffet en luisterend naar boeiende lezingen en muziek. De intentie van ANSE was te discussiëren over de manier waarop deberoepsgroep van supervisoren en coaches vandaag de dag zich positioneert met betrekking tot vragen over sociaaleconomische en maatschappelijke ontwikkelingen en over welke invloed supervisoren en coaches individueel en als beroepsgroep daarop kunnen hebben. Deze intentie werd gerealiseerd door middel van een internationaal open forum met werk- en focusgroepen.
Het ging om ontmoeten, keuzes maken, verantwoordelijkheid nemen, meningsverschillen ‘durven’ aangaan, soms inleveren en compromissen sluiten in verband met de vraag: hoe politiek beïnvloedend zouden supervisoren en coaches eigenlijk kunnen en moeten zijn? Deze laatste vraag diende zich aan, toen – bij het eind van de conferentie - de elf Nederlandse deelnemers samen probeerden handen en voeten te geven aan de uitkomsten, om deze mee te nemen naar ons eigen land (waarover verderop in deze bijdrage meer).
 
58 Tijdschrift voor Begeleidingskunde
WAARNEMINGEN
De leiding van de conferentie was in (zeer kundige) handen van de DGSV, de Duitse Supervisievereniging.
De conferentie was duidelijk gestructureerd en had een volle agenda die veel internationale uitwisseling beloofde. Twee grote thema’s waren:
a  Welke sociaal-maatschappelijke topics horen thuis in supervisie?
b  Wat zijn professionele, conceptuele en commerciële uitdagingen voor supervisie in de actualiteit? Grote vragen,  ga er maar eens aan staan. Daarom werd luchtig begonnen - althans, dat dachten we - met muziek. Georg Becker, supervisor en musicus, sprak aan de hand van onder meer het levensverhaal van Eric Clapton – met foto’s en muziekteksten van diens hand – over hoe uitdagingen en, in het geval van Clapton, zelfs persoonlijke rampen omgezet kunnen worden in professionele expertise en troost.
Claptons drama’s in zijn leven zijn bekend. Hij verloor zijn driejarige zoontje door een eigen stommiteit. Toch wist hij er weer bovenop te komen, door een sociale actie te starten die hem hielp zichzelf en anderen weer zicht te geven op een betere toekomst. Ook stond Georg Becker toepasselijk stil bij Claptons lied ‘Crossroads’ en mochten we in internationale groepen gemixt en met begeleiding van Georg proberen de maat te houden.
Prof. dr. Helmut Wilke van de Zeppelin University te Friedrichshafen ging in een gloedvol betoog in op ‘Challenges of a global knowledge-based society. Answers and prospective contributions of supervision in [a] European context’. Zijn standpunt is dat niet alles van ANSE zou moeten komen, maar dat vooral nationale organisaties (zoals onze LVSC) aan elkaar expertise beschikbaar moeten stellen. Zo was zijn stelling dat in Brussel nog steeds niet bekend is wat de betekenis van supervisie voor de maatschappij, waarmee een (politieke) verankering voor supervisie en coaching in Europa vooralsnog ontbreekt. Deze stelling roept bij mij de (niet door Wilke besproken) vraag op wat voor nut supervisie en coaching heeft in deze zich veranderende (kennis) maatschappij. Een mogelijk antwoord is dat in bijvoorbeeld Europese politieke problemen die op dit moment spelen, individuen of organisaties in de knel komen en zoekend naar oplossingen voor nieuwe problemen behoefte tonen aan reflectie en ontwikkeling. Bij het leren van wat er was (reflectie) en wat mogelijk veranderd kan worden (ontwikkeling) zou een supervisie-of coachingstraject meer actief ingezet kunnen worden.
Wilke besprak de complexiteit en de dynamiek van globalisatie en van de processen die gaande zijn met betrekking tot bijvoorbeeld klimaat, gezondheid, demografie, politiek en economie; een proces dat winnaars en verliezers kent. Maar, bezwoor Wilke zijn publiek van supervisoren en coaches: ‘Uiteindelijk komen ze op het individuele niveau allemaal in jullie kantoor.’ Hiermee bedoelde hij dat met de context van de supervisant veel wereldthema’s op microniveau de ruimte van de supervisor bereiken. Volgens Wilke hebben we veel te bieden als supervisoren en coaches, alleen al door onze gezamenlijke opgebouwde kennis; in het bijzonder kennis en ervaring in het begeleiden van leer- en ontwikkelingsprocessen bij individuen en organisaties. Hij stelde voor een stap verder te gaan: maak het zichtbaar en beschikbaar. Met deze hartenkreet zette de bevlogen spreker ons in werkgroepen geïnspireerd aan het werk, door vanuit een systemisch-ecologisch perspectief naar ons werk als professioneel begeleiders te kijken en te onderzoeken welke rol collectieve intelligentie en collectieve kennis daarin kunnen spelen (Wilke, 1999, 2006). In dat verband haal ik ook Sijtze de Roos, vicepresident van de ANSE, aan die in zijn artikel (De Roos, 2012) beschrijft: volgen en versterken we als supervisoren al dan niet onbedoeld de blinde dynamiek van het economisch globalisme of proberen we als supervisoren (hoe bescheiden ook) bij te dragen aan meer betekenisvolle en hoopgevende arrangementen voor leren, ontwikkelen en werken?
 
Tijdschrift voor Begeleidingskunde 59
Een tweede door Wilke besproken thema was collectieve intelligentie. Hij verdedigde de stelling dat de kennis van supervisoren en coaches beschikbaar zou moeten zijn voor collega’s in heel Europa, met een hoofdrol daarbij voor ANSE. Na de lezing kwam in een van de discussiegroepen de volgende vraag aan de orde: waar ligt de ‘verantwoordelijkheid’ met betrekking tot deze verbinding, groei en ontwikkeling van individuen en het grotere geheel? En heel pragmatisch: hoe kan ANSE gebruik maken van deze collectieve kennis van haar leden? Waar vinden we elkaar? Zijn we er niet allemaal op micro-, meso- of macroniveau verantwoordelijk voor om onze expertise te delen? Laten we deze drie niveaus eens nader bekijken. Op microniveau is daar de supervisor en coach in Europa, met een professionele opleiding en met kennis, kunde en ervaring binnen diens praktijk of instelling en in staat deze ten dienste stellen van de eigen nationale beroepsvereniging. Wat betreft de beroepsvereniging spreken we van het meso niveau. Als georganiseerd verband is deze op de hoogte van wat er zoal in begeleidingsland aan expertise voorhanden is (gesproken,geschreven, gebundeld of gepubliceerd).
Beroepsverenigingen - in Nederland onder meer de LVSC - kunnen een databank inrichten, die de kennis onderbrengt in rubrieken ten dienste van de leden. Een deel van de databank zou vertaald en aangeboden kunnen worden en aangeboden aan de ANSE, bijvoorbeeld via websites, artikelen, ‘summer universities’ en conferenties. Daarmee hebben we het macroniveau bereikt: de ANSE. Als overkoepelende beroepsvereniging kan ANSE als bemiddelaar fungeren in het verspreiden van de kennis en kunde die ieder aangesloten of geïnteresseerd land aangeeft te hebben. Ook hier kan een databank ontstaan, als de REDACTIERAAD VAN START . Al enige tijd speelde bij de redactie van dit tijdschrift de wens om wetenschappers en andere ‘groten’ uit het veld van de begeleidingskunde aan het tijdschrift te binden via het formeren van een redactieraad. Deze redactieraad zou op de achtergrond kunnen meewerken en de redactie kunnen ‘voeden’. Bovendien zou het tijdschrift daardoor meer status kunnen krijgen en zou dit het praktijkwetenschappelijk gehalte van het tijdschrift mede bewaken.
Half november was het zo ver. Wetenschappers en denkers uit verschillende richtingen in de begeleidingskunde schoven in Utrecht bij de redactie aan voor een ontmoeting en gesprek. De tijd vloog om en het bleek voor alle genodigden interessant om mensen te ontmoeten uit aangrenzende disciplines en met andere opvattingen over het ‘begeleiden van leren en ontwikkelen’. Al pratend ontstond er een verband, een netwerk van inspirerende mensen die zeker bereid zijn de redactie te ondersteunen bij dit avontuur.  De avond resulteerde in gezamenlijk geformuleerde uitgangspunten en ontwikkelrichtingen voor het tijdschrift, ideeën voor de samenwerking met de redactie en taakopvattingen voor de redactieraad. Een van de meest expliciete uitgangspunten is dat het tijdschrift het begeleiden van mensen in de huidige complexe en meervoudige werkelijkheid als uitgangspunt wil nemen. Maar de redactie wil ook laten zien dat je die werkelijkheid vanuit verschillende perspectieven of referentiekaders kunt bezien. Vandaar dat we in het tijdschrift rubrieken willen ontwikkelen waarin bijvoorbeeld door begeleiders met verschillende achtergronden gereageerd wordt op een casus.
Daarnaast is geformuleerd dat het tijdschrift graag de professionalisering van professioneel begeleiders wil ondersteunen, door verslag te doen van nieuwe ontwikkelingen in ‘begeleidingsland’ en met de rubriek Kennis en Kunde te koersen op praktijkwetenschappelijke artikelen.
De avond eindigde met veel energie en met een dikke ‘yes’. Het tijdschrift gaat lopen en datzelfde lijkt ook het geval te zijn met de redactieraad. Jeannette Verhoeven (redactielid)
  
Redactieraad
Anke Brockmöller
Yvonne Burger
Cees van Elst
Marcel Hoonhout
Louis van Kessel
Marinka Kuijper
Tom Luken
Rombout van den Nieuwenhof
Manon Ruijters
60 Tijdschrift voor Begeleidingskunde
􀁴
Roos, S. de (2012). Crossroads in Europe: de meerwaarde van internationale contacten.
Tijdschrift voor Begeleidingskunde, 1 (1), 41-42.
LITERATUUR
ANSE functioneert als een platform voor internationale kennisuitwisseling, specifieke modules ontwikkelt en voor de verschillende nationale verenigingen bemiddelt in vraag en aanbod van kennis en uitwisseling, zoals plaatsvindt in onder meer Grundtvig-projecten als ‘Counselling in a multicultural Europe. A key competence within life long learning’ (2008-2010). In plaats van dure bureaus in te huren om dit kennisideaal te realiseren, zouden bedoelde kennisbanken gevoed moeten door interne individuele ideeën, opgedaan in de dagelijkse begeleidingspraktijk en refl ectie daarop. Aldus kan een sneeuwbaleffect ontstaan, maar meer nog is dit een kwestie van verantwoordelijkheid nemen, zowel van individuen als beroepsverenigingen. De eerste conferentiedag werd afgesloten met een boottocht over de Spree. Het aantal bruggen in Berlijn overtreft dat van Venetië en het was of de bruggen ook symbolisch stonden voor de ‘bewegingen’ die we dezer dagen maken door Europa. Er wordt door supervisoren heel wat heen en weer gereisd en enorm veel kennis wordt al gedeeld, zo bleek uit informele gesprekken op het achterdek.
 
Op de tweede conferentiedag werd geprobeerd ‘handen en voeten’ te geven aan het thema:
‘Supervision in Europe; tasks and missions’.

In een wat be-treft land van herkomst gemengde groep kwamen we tot de conclusie dat taal - in ons geval Engels als lingua franca - een belangrijke voorwaarde is om kennis te delen en WAARNEMINGEN uit te dragen in Europa. Dit door de ANSE gefaciliteerde en door de DGSV georganiseerde congres werd, voor het eerst in Duitsland, geheel in het Engels gevoerd. Overigens zijn de ‘summer universities’, de volgende wordt in augustus 2013 te Litouwen gehouden, altijd in het Engels. Dit leidde tot het voorstel aan de ANSE om ieder aangesloten land te vragen een deel van de website van de eigen supervisievereniging in het Engels op te nemen. In de National Assemblee van de ANSE, die na de conferentie werd gehouden, werd dit voorstel positief ontvangen. Echter, het ter beschikking stellen van kennis en expertise kan dan wel gezellig op een boot besproken worden, het leidt nog niet structureel tot concrete uitwisseling van vereniging tot vereniging. Ter sprake kwam ook de nieuwsbrief van de ANSE. Geld is dan meteen een probleem: de ANSE heeft maar een klein budget. En wie bezoekt er wel eens de website van de ANSE? Tot slot gingen we als nationale organisaties bij elkaar zitten om te bespreken wat we concreet in eigen land zouden kunnen doen aan voorstellen, in ons geval voor de LVSC. Opeens sprak ieder weer zijn moedertaal; bijna vervreemdend. Het resulteerde in een mooi gesprek over vragen als: moeten we meer politiek geëngageerde mensen betrekken bij ons werk als supervisor en coach? Meer politici uitnodigen, bijvoorbeeld op congressen? Wat doen we aan pr en publiciteit in Nederland? Het is aan de LVSC deze ‘handschoenen’ op te pakken, maar zeker is het ook een oproep aan alle leden van deze en andere beroepsverenigingen. (Wie geïnteresseerd is of de handen uit de mouwen wil steken, kan contact opnemen met mij of Gerry Aerts van de LVSC.) De conferentie werd afgesloten met het traditionele internationale buffet, samengesteld door ANSE-afvaardigingen die elk uit eigen land iets lekkers hadden meegebracht. Bij de tafels ontstonden opstoppingen en moesten moeilijke richtingkeuzen worden gemaakt: oude kaas uit Edam, verrukkelijke salami uit Hongarije of Sachertorte uit Oostenrijk? Zo kunnen crossroads ook heel smakelijk zijn!