Confronteren is (te) leren...

1
Confronteren is (te) leren……………
‘Een supervisor die nooit confronteert heeft zelf problemen met confrontaties’
Hierboven staat een stelling uit een les supervisiekunde in Zwitserland waarbij het thema Konfrontation in der Supervision centraal staat.
Confronteren….het is één van de vaardigheden waarvan ik overtuigd ben dat een supervisor die moet kunnen hanteren. De leersupervisor, de supervisiedocent zal hier het nodige ‘modelwerk’ voor moeten verzetten.
De ervaringen met confronteren hieronder beschreven zijn een mengeling van mijn werk in Zwitserland en Nederland.
Laten we eerst het woord confrontatie eens nader bekijken.
Van Dale spreekt over:
1. blootstelling van iemand aan feiten, problemen
2 botsing, aanvaring.
In het Duits vond ik nog twee aardige voorbeelden van een andere uitleg van het woord:
1. con=samen, frons=stirn= voorhoofd. ‘Gegenüberstellung von Stirn zu Stirn’.
2. ‘Jemanden in die Lage bringen, dass er sich mit etwas Unangenehmen auseinander setzen muss’.
Waarom moet een supervisor leren confronteren? Zijn supervisanten werken met cliënten, sturen wellicht teams aan, zijn kortom werkzaam in situaties die ik nu gemakshalve maar even schaar onder de meer sociaal- en communicatief gerichte beroepen.
Men zou daar gewend moeten zijn aan confrontaties: met cliënten, met collega’s als men over cliënten praat, in samenwerkingsmomenten enz enz. Ongetwijfeld komen deze werkervaringen in de (leer-)supervisiezitting terecht.
Wat nu als de (leer-)supervisor zelf onvoldoende de ‘kunst’ van het confronteren beheerst?
En hoe gaat het in de lessen supervisiekunde? Bijvoorbeeld in de rollenspelen die een supervisiesituatie simuleren en waarbij de supervisor i.o. niet de juiste toon pakt, niet de juiste vragen stelt of de interventies niet kan vinden.
Confronteert de supervisiedocent hem ermee? En belangrijker nog: hoe gebeurt dat?
En hoe gaat het binnen leersupervisie? Laat de leersupervisor een mogelijke ‘blootstelling aan problemen’ liggen.
2
Mijn persoonlijke uitgangspunt als (leer-)supervisor is dat er in ieder geval bij een confrontatie een min of meer goede werkrelatie moet zijn tussen supervisant en leersupervisor/supervisiedocent. Betekent dit dat in de eerste zittingen tot de klik-evaluatie geen confrontaties plaats kunnen vinden? Nee, dat is niet mijn bewering. Een goed reflecterende supervisant in het hier en nu van de leersupervisie kan zich veilig genoeg voelen om vanaf zitting één een ‘botsing’ met zijn leersupervisor aan te durven.
Het is aan de leersupervisor om de leeromstandigheid zó vorm te geven dat confrontaties leerzaam zijn en niet als ongenuanceerde kritiek kunnen worden uitgelegd. Ik ga er natuurlijk vanuit dat leersupervisoren beschikken over kennis en kunde om goed feed-back te geven, ook in de vorm van confrontaties. Maar uit eigen ervaring weet ik dat dit niet altijd even makkelijk is en onder meer afhangt van de dynamiek in de supervisiesituatie, de context van de werkinbreng, de stemming en sfeer in de zitting, de mogelijke tegenoverdracht van de leersupervisor enz enz.
Een voorbeeld uit mijn praktijk als leersupervisor in Nederland:
Supervisor in opleiding (2e zitting): ‘Ik heb het gevoel dat ik het nooit leer. Elke keer probeer ik de goede vragen te stellen aan mijn supervisant maar er komt gewoon niks uit. Wil je me een tip geven?‘
Leersupervisor: ‘Maar ik ben geen EHBO-post.’
Sio: ‘Flauw antwoord. Ik kom toch echt niet verder. Zoveel moeite kost het je toch niet me even te helpen?’
Ls: ‘Toch heb ik het gevoel dat je je er gemakkelijk van af wilt maken.’
Sio: ‘Gemakkelijk? Ik werk me rot. Dat je dat niet ziet!’ (wordt boos in woord en gebaar)
Ls: ‘En toch vind ik dat. Je hebt me al meer tips gevraagd. Ik vind dat je geen goed gebruik maakt van de leersupervisie op deze manier.’
Sio: ‘Ik hoor het al. Jij vindt zeker ook dat ik het nooit leer. Zal ik maar stoppen met de opleiding.’
Ls: ‘Nu vraag je me alweer een advies. Je maakt je wel afhankelijk. Hoe komt dit over als ik dit zo zeg?’
Sio: ‘Natuurlijk ben ik afhankelijk van jou. Jij moet uiteindelijk die handtekening zetten. Het maakt me…eh…boos.’
3
Ls: ‘Ik snap het. Maar op wie ben je boos en hoe ziet dat eruit?’
Sio: ‘Ik ben boos op mezelf. En ook op mijn supervisant. Ze geeft me ook de kans niet. Wat moet ik doen?’
Ls: ‘Dit is een herhaling van zetten. Je doet weer een appel op mijn eerstehulp kwaliteiten. Er zijn nog 25 patiënten voor u……’
Beiden moeten lachen.
Ls: ‘Ik stel voor de situatie uit te spelen. Denk aan het moment dat je boos werd op je supervisant.’
In het bovenstaande is er een confrontatie tussen de onmacht van de sio en de leersupervisor die de afhankelijkheid thematiseert. De leersupervisor houdt zich aan de rol van leerhulp te zijn voor de sio en probeert hem bij zijn oorspronkelijke gevoel te krijgen zonder dat het woord onmacht valt. Daarentegen introduceert zij het woord boos hetgeen meer actie met zich mee kan brengen. Bij onmacht zien we het hoofd al hangen, bij boos kan er sprake zijn van een andere dynamiek die vaak fysiek zichtbaar wordt.
Omdat er iets ‘in beweging’ komt probeert de leersupervisor de sio weer aan het leren te krijgen. Ook de humor kan een confrontatie tussen beiden even wat verluchtigen.
Bij doelgerichte confrontatie als methode door de (leer-)supervisor neemt deze in de regel de actieve positie in. Daarbij moet de supervisor er zich natuurlijk van bewust zijn dat er geen sprake is van tegenoverdracht.
En ook moet hij zich ervan bewust zijn en afwegen waar een empathische houding overgaat in een confronterende duiding.
Het is niet de bedoeling te confronteren om de confrontatie te doen. Een opmerking van een (leer-)supervisor kan wel een confronterend ‘effect’ hebben zonder dat dit de intentie was. Hier moet dan wel ruimte gemaakt worden om dit effect te bespreken.
De kunst van confronteren bestaat er volgens mij uit dat ze gericht en enigszins flexibel gehanteerd wordt.
Het maakt dan niet meer uit of de contekst een Nederlandse of Duitstalige cultuur is. Hoewel het natuurlijk belangrijk is rekening te
4
houden met eventuele ‘gevoeligheden’. Zo kan afstand en nabijheid in de ene cultuur een factor zijn om meer rekening mee te houden of op af te stemmen dan in een andere cultuur. Over het algemeen zijn we in Nederland wat ‘informeler’ in het contact dan bijvoorbeeld in Zwitserland. Een voorbeeld hiervan is dat in de supervisie(lessen) bij aanvang expliciet afgesproken wordt om men zich van de aanspreekvorm Du of Sie zal bedienen.
De situatie en de interventies bij confrontaties moeten de verhoudingen verhelderen en niet verstoren. Confrontatie en ondersteuning (of in supervisie ‘leerhulp bieden’) zijn niet tegenstrijdig. In tegendeel: een verhelderende confrontatie kan een goede ondersteuning zijn.
Confrontatie in de supervisie dwingt de supervisant zich met bijvoorbeeld een patroon van handelen en dan met name de opheldering hiervan bezig te houden.
De Duitse leersupervisor en coach Heinrich Fallner zegt dat het verdoezelen van ‘fouten’ tot pijnlijke gevoelens en schaamte kan leiden. Deze kunnen op hun beurt weer angst, afweer en blokkades veroorzaken.
Verder schrijft Fallner dat confrontatie alleen tot succes leidt wanneer de supervisant zich in de relatie (met de supervisor) geaccepteerd voelt.
Als dit zo is dan ziet hij spanning en confrontatie niet als een agressieve daad maar als een wat hij noemt ‘zwischenmenschliches Regelphänomen’. De gewenste houding van de (leer-)supervisor is als ‘techniek’ niet te leren maar vraagt verwerking van eigen gevoelens, grote (zelf-)ervaring, mensenkennis en kennis van relaties. (Fallner 1990)
En dan zijn we weer terug bij de stelling ……
Want we zijn als leersupervisoren en supervisiedocenten gewone mensen en dus ook ónze socialisatie heeft ons geleerd soms te vermijden. De eigen reflectie blijft erg belangrijk. Hoe gaan we zelf met confrontaties om? Bij een ongemakkelijk gevoel ten opzichte van de supervisant zou een sleutelzin kunnen zijn: waarom zeg ik niet gewoon wat ik voel? Op dat moment zijn we immers ook weer het beroemde ‘model’. Een rol die van ons als ‘poortwachters’ gewoon verwacht wordt…..……..
Hij en zij wordt door elkaar gebruikt in dit artikel maar waar hij staat kan ook zij gelezen worden en andersom.
Literatuur:
5
Fallner, Heinrich (1990) Bewertungskriterien für die Lehrsupervision.
In: Wolfgang Boettcher, Gerhard Leuschner (Hg.): Leersupervision, Beiträge zur Konzeptenentwicklung, Aachen: Kersting Verlag, S. 185-203
Bovenstaand artikel werd gepubliceerd in februari 2008 in Forum, (destijds) Tijdschrift LVSC
Amersfoort, 2013 Gerian Dijkhuizen Supervisie en Training
(leer-)supervisor /docent supervisiekunde LVSC (sinds 2003 bij ZAK Basel, Zwitserland, www.zak.ch )
Supervisor NVGP
Supervisor NBvC
Supervisor FVB/SRCT
Dijkhuizen100@zonnet.nl
www.geriandijkhuizen.nl